csrdready Zet mij op de wachtlijst

Kennisbank

Duurzaamheidsdata in de bouwsector: waar die vandaan komt

Een sector die per project opnieuw begint

De bouw organiseert zich rond projecten, niet rond de onderneming als geheel. Elk project heeft een eigen team, een eigen onderaannemersketen en vaak een eigen manier van registreren. Waar een fabriek een vast productieproces heeft met terugkerende metingen, heeft een bouwbedrijf een reeks tijdelijke werkverbanden die na afronding uit elkaar vallen. De data die tijdens een project ontstaat, verdwijnt vaak met het project mee: naar een archiefmap, naar de laptop van een projectleider die inmiddels op een andere klus zit, of nergens naartoe.

Dat maakt de verhouding tussen wat er aan data ontstaat en wat daarvan centraal terechtkomt anders dan in sectoren met een continu proces. Het grootste deel van de relevante informatie — materiaalverbruik, transportbewegingen, energie op de bouwplaats, afvalstromen — ontstaat op locatie en bij derden, en maar een klein deel daarvan wordt structureel vastgelegd op een plek waar iemand het later kan terugvinden.

Materiaalstromen zonder centraal punt

Materiaalverbruik en de herkomst van bouwmaterialen zijn voor veel duurzaamheidsrapportage een kernonderdeel, maar de data hierover is versplinterd over leveranciersfacturen, pakbonnen en soms alleen mondelinge afspraken met een onderaannemer. Een aannemer bestelt beton, staal en isolatiemateriaal via verschillende leveranciers per project, en niet elke leverancier levert dezelfde mate van detail over herkomst, CO2-intensiteit of recyclagepercentage. Wie wil weten hoeveel CO2-belasting in het materiaalgebruik van een jaar zit, moet dus eerst weten welke projecten liepen, welke leveranciers daarbij betrokken waren en welke van hen data aanleveren die bruikbaar is.

Onderaannemers als black box

Een bouwproject draait vaak op een keten van onderaannemers: grondwerk, installatietechniek, afbouw, elektra. Elke onderaannemer heeft een eigen bedrijfsvoering, eigen voertuigen, eigen brandstofverbruik en eigen afvalregistratie. Voor de hoofdaannemer is dit vaak een black box: er is wel een contract en een opleverdatum, maar niet per se inzicht in de milieudata die bij het onderaannemerswerk ontstaat. Dat vraagstuk speelt niet alleen in de bouw. Ook in de installatiebranche zit relevante data verspreid over onderaannemers en servicebedrijven, en de manier waarop daar eigenaarschap wordt toegewezen is voor de bouw een bruikbaar referentiepunt.

Werkbonnen, keten en de bouwplaats zelf

Op de bouwplaats zelf ontstaat data die zelden systematisch wordt vastgelegd: brandstofverbruik van kranen en generatoren, watergebruik, afvalcontainers die worden afgevoerd. Dit soort gegevens staat vaak op papieren werkbonnen, in de hoofden van uitvoerders, of helemaal nergens. Vergelijkbare knelpunten met fysieke, verspreide registratie doen zich voor in de transportsector, waar rittendata en brandstofverbruik per voertuig en chauffeur worden vastgelegd. De overeenkomst is dat de data ontstaat op de vloer of op de weg, en niet automatisch de weg naar een centraal systeem vindt.

Verhuur, keuringen en de administratieve kant

Naast de bouwplaats zelf loopt er een administratieve laag: verhuurbedrijven van materieel, keuringsinstanties, energieleveranciers voor bouwketen en kantoren. Deze partijen leveren facturen en rapporten die relevante informatie bevatten, maar die informatie is niet als duurzaamheidsdata gelabeld en moet er dus uitgehaald worden. Dit lijkt op de situatie in de groothandel, waar inkoop- en logistieke data door meerdere systemen loopt zonder dat iemand die als milieudata herkent. In beide gevallen is de eerste stap niet het verzamelen van nieuwe data, maar het herkennen van bestaande data die al ergens ligt.

Waarom een tool hier niet als eerste stap werkt

Het is verleidelijk om een softwarepakket aan te schaffen dat duurzaamheidsdata voor de bouw moet centraliseren. Maar een systeem dat rapporten produceert boven een ongeorganiseerde verzameling projectmappen, onderaannemerscontracten en losse werkbonnen levert nettere rapporten op over cijfers waarvan niemand de herkomst kan nagaan. Voordat een tool nuttig is, moet vastliggen welk datapunt uit welk project komt, wie daarvoor verantwoordelijk is, en via welke route dat datapunt het rapport bereikt. Dat is een registerkwestie, geen softwarekwestie.

Wat dit voor een bouwbedrijf betekent

Voor een bouwbedrijf betekent dit dat de eerste opgave niet ligt bij het rapporteren zelf, maar bij het in kaart brengen van waar de data per project, per onderaannemer en per locatie vandaan komt, wie daar eigenaar van is en welke kwaliteitsregels daarbij horen. Dat register bestaat nog niet standaard in de sector, en de opbouw ervan verschilt per bedrijf, afhankelijk van het aantal lopende projecten en de mate waarin onderaannemers al gegevens delen.

De Data Readiness Scan is in aanbouw. Wie in dit vraagstuk voor de bouw wil meedenken of als eerste toegang wil krijgen, kan zich aanmelden voor de wachtlijst.

Als eenmaal duidelijk is welke data waar ontstaat en wie daarvoor verantwoordelijk is, volgt vaak de vraag welk deel van het verzamelen en structureren daarvan handmatig werk blijft en welk deel automatiseerbaar is. De werkscan van FTE TO AI rekent per taak uit welk deel van het werk door AI over te nemen is, en biedt op die manier een vervolgstap voor wie na het ordenen van de data wil weten waar de inzet van mensen nog het meest nodig is.

Marvinde assistent van de Data Readiness Scan

Vraag maar waar een datapunt vandaan komt. Dat is meestal de hele vraag.

Antwoorden komen uit de kennisbank van deze site. Geen advies op maat, en geen scan van uw bedrijf.